Lees de column op de site van De Leukste Kinderen.
zaterdag 16 januari 2016
Verjaardagstress
Lees de column op de site van De Leukste Kinderen.
donderdag 17 december 2015
De Reis
Twaalf en een half jaar geleden begon onze reis samen. Hij was klein en rood en riep mij vanuit zijn kooitje. Ik koos hem en nam hem mee. Samen met een iets rustiger en zwart exemplaar.
Ik noemde hem Timo, want dat bekte zo lekker. We woonden met z’n drietjes op een zolder en sliepen samen in één bed. Hij klom in mijn been als ik het voer pakte. Eén keer viel hij uit het zolderraam. Hij was sneller beneden dan ik. Alleen zijn hakken hadden schaafwondjes.
In de weekenden nam ik ze mee, naar mijn vriendje in Amsterdam. Nog altijd pasten ze samen in één mandje. In de trein en tram. Ik trok veel bekijks. Op kerstavond liep hij met zijn staart door de kaars; hij had het niet door. Ik bluste hem, en het huis stonk.
De verkering ging uit en ik kocht een appartement. Vakkundig maakte mijn vader het balkon dicht zodat Timo en zijn broer veilig buiten konden zitten. Om half negen vond hij het meestal welletjes en jengelde hij net zo lang tot ik naar bed ging. Zijn broer werd ziek en stierf. Hij was pas vier.
Een nieuwe man deed zijn intrede. Een blijvertje. Al snel trokken we bij hem in. Een echt huis met een tuin. Timo vond het er heerlijk. Hij was nog jong en ving libellen en motjes die hij trots mee naar binnen nam. Kleine balletjes wist hij altijd in de convectorput te meppen, zodat ik op mijn buik op de grond mocht liggen om ze er uit op te diepen. Maar het liefst lagen we samen op de bank – zijn warme lijf tegen het mijne.
Na de man kwam de baby. En weer een nieuw huis. Timo vond alles best. Hij bleef altijd een kleuter en zat soms halve nachten buiten te miauwen tot hij naar binnen gelaten werd. Ondanks een kattenluik. Hij aanvaardde de baby en zij hem. Ik bleef hem onvoorwaardelijk lief hebben, ook al plaste hij soms in huis.
Afgelopen jaar werd Timo steeds magerder. Bij het jaarlijkse doktersbezoek bleken zijn nieren dienst te weigeren. We gaven hem medicatie en een aangepast dieet. Het leek goed te gaan.
Tot vorige week. Zienderogen viel hij af. Hij rook niet fris en ging minder eten. Hij was uitgedroogd. Hij kreeg drie dagen achter elkaar een infuus. “Sommige katten knappen op en gaan zo nog een half jaar mee.” Maar Timo niet. Daags na de behandeling stopte hij met eten. Lopen werd moeizaam, springen ging niet meer.
Met tranen in mijn ogen belde ik de dierenkliniek. Donderdag eindigde onze reis definitief. Samen met mijn dochters heb ik hem begraven in de tuin waar ook zijn zwarte broer ligt. Onze reis eindigt waar hij begon.
Timo heeft zijn negen levens erop zitten. Hij heeft mij begeleid van een onzekere jonge vrouw naar de volwassen moeder die ik nu ben. Dank je wel lieve Timo. Wat was het fijn.
Ik noemde hem Timo, want dat bekte zo lekker. We woonden met z’n drietjes op een zolder en sliepen samen in één bed. Hij klom in mijn been als ik het voer pakte. Eén keer viel hij uit het zolderraam. Hij was sneller beneden dan ik. Alleen zijn hakken hadden schaafwondjes.
In de weekenden nam ik ze mee, naar mijn vriendje in Amsterdam. Nog altijd pasten ze samen in één mandje. In de trein en tram. Ik trok veel bekijks. Op kerstavond liep hij met zijn staart door de kaars; hij had het niet door. Ik bluste hem, en het huis stonk.
De verkering ging uit en ik kocht een appartement. Vakkundig maakte mijn vader het balkon dicht zodat Timo en zijn broer veilig buiten konden zitten. Om half negen vond hij het meestal welletjes en jengelde hij net zo lang tot ik naar bed ging. Zijn broer werd ziek en stierf. Hij was pas vier.
Een nieuwe man deed zijn intrede. Een blijvertje. Al snel trokken we bij hem in. Een echt huis met een tuin. Timo vond het er heerlijk. Hij was nog jong en ving libellen en motjes die hij trots mee naar binnen nam. Kleine balletjes wist hij altijd in de convectorput te meppen, zodat ik op mijn buik op de grond mocht liggen om ze er uit op te diepen. Maar het liefst lagen we samen op de bank – zijn warme lijf tegen het mijne.
Na de man kwam de baby. En weer een nieuw huis. Timo vond alles best. Hij bleef altijd een kleuter en zat soms halve nachten buiten te miauwen tot hij naar binnen gelaten werd. Ondanks een kattenluik. Hij aanvaardde de baby en zij hem. Ik bleef hem onvoorwaardelijk lief hebben, ook al plaste hij soms in huis.
Afgelopen jaar werd Timo steeds magerder. Bij het jaarlijkse doktersbezoek bleken zijn nieren dienst te weigeren. We gaven hem medicatie en een aangepast dieet. Het leek goed te gaan.
Tot vorige week. Zienderogen viel hij af. Hij rook niet fris en ging minder eten. Hij was uitgedroogd. Hij kreeg drie dagen achter elkaar een infuus. “Sommige katten knappen op en gaan zo nog een half jaar mee.” Maar Timo niet. Daags na de behandeling stopte hij met eten. Lopen werd moeizaam, springen ging niet meer.
Met tranen in mijn ogen belde ik de dierenkliniek. Donderdag eindigde onze reis definitief. Samen met mijn dochters heb ik hem begraven in de tuin waar ook zijn zwarte broer ligt. Onze reis eindigt waar hij begon.
Timo heeft zijn negen levens erop zitten. Hij heeft mij begeleid van een onzekere jonge vrouw naar de volwassen moeder die ik nu ben. Dank je wel lieve Timo. Wat was het fijn.
woensdag 16 december 2015
Stroopwafels bij het graf
Ik wilde voor de site van De Leukste Kinderen schrijven over hoe ik worstelde met de ziekte en dood van mijn kat, maar dan vooral als moeder van een kind dat dit bewust zou meemaken. Hoe moest ik het aanpakken? Hoe zou zij het ervaren?
De column is geplaats en de tekening die Minke maakte is er bij afgebeeld. Hier kun je de column lezen.
De column is geplaats en de tekening die Minke maakte is er bij afgebeeld. Hier kun je de column lezen.
Labels:
de leukste kinderen,
dieren,
kind,
sterven,
verdriet
zondag 6 december 2015
Onrechtvaardigheid
Ze stelt me de vraag die ze me meerdere keren per dag stelt. De vraag waarop geen antwoord is. De vraag die niet echt om een antwoord vraagt. De vraag waaruit haar wanhoop en frustratie klinkt.
Waar heb ik dit aan verdiend?
Ik heb een drietal reacties in mijn repertoire. De simpelste: domweg niet antwoorden. Een grapje: "je stond verkeerd in de rij toen de ziektes werden uitgedeeld." Of nummer drie, de waarheid: "Pure pech."
Die dag kies ik voor een variant op optie twee. Ik houd graag de sfeer opgewekt, want treurnis hangt voortdurend in de lucht. Ik vraag: "Ik weet 't niet, misschien door iets in een vorig leven?".
Stilte aan de andere kant van de tafel. Op zich is dat niet ongebruikelijk, dus ik ben me nog van geen kwaad bewust. Later komt ze er op terug. Dat ze het niet fijn vindt dat ik dat heb gezegd. Ik bied mijn excuses aan. Vraag haar of zij zelf denkt dat er een kern van waarheid in zit. "Nee". Dat lijkt mij een goede reden om het los te laten.
Maar dat doet zij niet. Met de uren, en wat later dagen zouden blijken, groeit haar boosheid. Mijn opmerking, maar vooral haar interpretatie ervan, beheerst haar volkomen.
Zij verdraait mijn woorden en geeft ze een betekenis die ik er niet in legde. Ik word ten onrechte beschuldigd van iets en er is geen vezel in haar lijf die mij ooit mijn gelijk zal geven. Of vergeven.
Ik word nog één keer boos. Dan laat ik het rusten. Want misschien voel ik nou heel even een fractie van haar frustratie. De frustratie die haar die ene vraag meerdere keren per dag doet stellen.
Gekluisterd aan een stoel, haar huis, haar haard
Haar leven al vele jaren niks meer waard
Slechts vreugde in een sigaret
Nooit heeft zij haar ziekte aanvaard
Waar heb ik dit aan verdiend?
Ik heb een drietal reacties in mijn repertoire. De simpelste: domweg niet antwoorden. Een grapje: "je stond verkeerd in de rij toen de ziektes werden uitgedeeld." Of nummer drie, de waarheid: "Pure pech."
Die dag kies ik voor een variant op optie twee. Ik houd graag de sfeer opgewekt, want treurnis hangt voortdurend in de lucht. Ik vraag: "Ik weet 't niet, misschien door iets in een vorig leven?".
Stilte aan de andere kant van de tafel. Op zich is dat niet ongebruikelijk, dus ik ben me nog van geen kwaad bewust. Later komt ze er op terug. Dat ze het niet fijn vindt dat ik dat heb gezegd. Ik bied mijn excuses aan. Vraag haar of zij zelf denkt dat er een kern van waarheid in zit. "Nee". Dat lijkt mij een goede reden om het los te laten.
Maar dat doet zij niet. Met de uren, en wat later dagen zouden blijken, groeit haar boosheid. Mijn opmerking, maar vooral haar interpretatie ervan, beheerst haar volkomen.
Zij verdraait mijn woorden en geeft ze een betekenis die ik er niet in legde. Ik word ten onrechte beschuldigd van iets en er is geen vezel in haar lijf die mij ooit mijn gelijk zal geven. Of vergeven.
Ik word nog één keer boos. Dan laat ik het rusten. Want misschien voel ik nou heel even een fractie van haar frustratie. De frustratie die haar die ene vraag meerdere keren per dag doet stellen.
Gekluisterd aan een stoel, haar huis, haar haard
Haar leven al vele jaren niks meer waard
Slechts vreugde in een sigaret
Nooit heeft zij haar ziekte aanvaard
donderdag 19 november 2015
Comfort Zone
Met een plan maar weinig zakelijke kennis zegde ik vorig jaar mijn baan op. Financiën, belastingdienst, verzekeringen - ik ben er geen expert in. Maar dit zijn bij uitstek onderwerpen waar vele mensen zich wel in hebben gespecialiseerd. En er is altijd wel iemand in mijn netwerk die me het een en ander wil uitleggen. Een website bouwen bleek ik ook echt niet te kunnen. Daarom schakelde ik een professional in; een waardevolle investering.
So far so good. Nu alleen nog klanten. Ik had geluk met wat exposure in de media maar mijn klantenbestand moet zich nu echt wel weer wat gaan uitbreiden. Daarom had ik enige maanden geleden al flyers laten maken. Twee middagen was ik langs lokale verpleeg- en verzorgingshuizen gegaan en liet ik wat stapeltjes achter. Flyeren van deur-tot-deur? Nee, dat is niks voor mijn bedrijf. Of is het niks voor mij?
Ik had altijd wel wat beters te doen: mijn site updaten, nieuwsbrieven voor een andere website schrijven, administratie bijwerken. In de veiligheid van mijn huis, in alle rust achter mijn laptop. Maar onderwijl mopperde ik dat ik geen tijd had om aan klantenwerving te doen. Afgelopen zondag had ik een pittig gesprek met mijn grootaandeelhouder. Mijn man zei het namelijk frappant te vinden dat ik wel tijd had voor het lopen met een collectebus, en niet voor flyeren voor mijn eigen goede doel. De vinger op de zere plek.
Vandaag moest het er dus van komen. Eerst het kind naar de crèche. Thuisgekomen moest ik echt een heel belangrijke aanpassing aan mijn site doen. Er lagen trouwens best veel koekkruimels op de bank die nodig opgezogen moesten worden. En die was, die riep om opgevouwen te worden. MAAR NU MOET JE ECHT GAAN SIMONE.
Met lood in mijn schoenen en gewapend met een tas vol flyers ben ik langs de deuren gegaan. Elk knerpend kiezeltuinpad sneed door mijn ziel. Maar elke brievenbus zonder 'nee-nee' of 'nee-ja' sticker liet zich gedwee openen en slikte mijn flyer in. Gaandeweg leek er een last van mijn schouders te vallen. Mens, wat was ik goed bezig. Ik en mijn gezin: mijn eigen goede doel. Daarvoor wil ik best wat grenzen overschrijden.
donderdag 12 november 2015
Oma's lot
Bij les drie van de vervolgcursus columns/blogs schrijven kreeg ik niks uit mijn pen. Alhoewel, vele drafts maar geen eindresultaat. De les erna lukte het wel. De opdracht was om een column te schrijven naar aanleiding van een flard tekst die je ergens om je heen hoorde. Bijvoorbeeld op de radio of tv, die je aanzet en je halverwege in een zin valt. Of iets dat je hoort als je voorbij fietst. Ik zat die week op een terras en zag een tafereel. Geen flard in auditieve zin, maar meer een visuele flard. Het leidde tot het verhaal dat ik al veel langer in mijn hoofd had.
Hier kun je 'm lezen.
Hier kun je 'm lezen.
woensdag 30 september 2015
Duurzaamheid met grenzen
Vroeger was het leven simpel. We hadden zure regen in de jaren tachtig. Dat kwam door de uitlaatgassen dus pakten we wat vaker de fiets. Daarna kwam het gat in de ozonlaag. Dat kwam door spuitbussen. Ik heb een deo-roller en gebruik nooit haarlak. Maar dat moderne gedoe met ‘duurzaamheid’ - ik word er knap nerveus van.
Eigenlijk dacht ik ontzettend goed bezig te zijn met het afvalscheidingsstation in mijn nieuwe keuken: papier, koffiecupjes, plastic, gft en restafval. In de schuur het oude glas, in de trapkast lege batterijen. Way to go, Simone! Maar op internet word ik doodgegooid met verpakkingsvrije winkels en allerlei manieren om zo schoon mogelijk te leven. Zo lees ik op het blog van Leven zonder Afval recepten voor zeep, deodorant, tips over het haken van wasbare make-updoekjes en waar ik herbruikbare menstruatiecupjes kan kopen. Ik schiet prompt in de stress. Ik doe het allemaal verkeerd. Ik help de aardbol naar de klote. En mijn kindertjes dan? Dan begint mijn brein te kraken. Die siliconen cupjes, hoe worden die eigenlijk gemaakt? Is het wassen van die zelfgemaakte wattenschijfjes ook eigenlijk niet gewoon heel slecht voor het milieu? Worden de kokosnoten waarvan de olie in de huisgemaakte deodorant moet wel geoogst door mensen die er een beetje een aardig salaris aan overhouden? En dan bedoel ik niet de directeur.
Ja, ik ben voorstander van weinig verpakking, onbespoten appels en van kleding die niet is gemaakt door kinderhandjes. Maar ik zou er toch werkelijk een dagtaak aan hebben als ik van alles dat ik koop eerst moet achterhalen hoe, waar en door wie het is gemaakt. Of er dieren zijn gebruikt in het productieproces en of de vrachtwagen wel op groene diesel reed. Er zijn te veel onzekerheden. Ik weet gewoonweg niet waar te beginnen. Met als gevolg dat ik nergens begin.
Misschien moet ik het maar simpel houden, net als toen met die zure regen. Weer wat bewuster de fiets pakken. Zeker als ik wattenschijfjes ga kopen.
Eigenlijk dacht ik ontzettend goed bezig te zijn met het afvalscheidingsstation in mijn nieuwe keuken: papier, koffiecupjes, plastic, gft en restafval. In de schuur het oude glas, in de trapkast lege batterijen. Way to go, Simone! Maar op internet word ik doodgegooid met verpakkingsvrije winkels en allerlei manieren om zo schoon mogelijk te leven. Zo lees ik op het blog van Leven zonder Afval recepten voor zeep, deodorant, tips over het haken van wasbare make-updoekjes en waar ik herbruikbare menstruatiecupjes kan kopen. Ik schiet prompt in de stress. Ik doe het allemaal verkeerd. Ik help de aardbol naar de klote. En mijn kindertjes dan? Dan begint mijn brein te kraken. Die siliconen cupjes, hoe worden die eigenlijk gemaakt? Is het wassen van die zelfgemaakte wattenschijfjes ook eigenlijk niet gewoon heel slecht voor het milieu? Worden de kokosnoten waarvan de olie in de huisgemaakte deodorant moet wel geoogst door mensen die er een beetje een aardig salaris aan overhouden? En dan bedoel ik niet de directeur.
Ja, ik ben voorstander van weinig verpakking, onbespoten appels en van kleding die niet is gemaakt door kinderhandjes. Maar ik zou er toch werkelijk een dagtaak aan hebben als ik van alles dat ik koop eerst moet achterhalen hoe, waar en door wie het is gemaakt. Of er dieren zijn gebruikt in het productieproces en of de vrachtwagen wel op groene diesel reed. Er zijn te veel onzekerheden. Ik weet gewoonweg niet waar te beginnen. Met als gevolg dat ik nergens begin.
Misschien moet ik het maar simpel houden, net als toen met die zure regen. Weer wat bewuster de fiets pakken. Zeker als ik wattenschijfjes ga kopen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
